Onderzoek naar beoordeling pijn op de borst

ARCTICA studie van start
 
 
Onderzoek naar beoordeling pijn op de borst
Op 1 maart is de ARTICA-studie van start gegaan. Huisartsen zijn daarover per brief geïnformeerd. Zij kunnen bij de studie betrokken raken omdat een patiënt uit hun praktijk met pijn op de borst een beroep doet op de ambulancedienst. Ook kan het zijn dat een patiënt die in de studie zit naar de huisarts wordt verwezen voor aanvullende beoordeling. Lees hieronder wat de ARTICA-studie inhoudt.

De ARTICA-studie moet aantonen of patiënten met pijn op de borst die vooraf een laag risico hebben op een acuut coronair syndroom (ACS), op een kostenefficiënte en doelmatige manier in de eerste lijn kunnen blijven zonder een ziekenhuisopname bij de cardioloog. Ambulancepersoneel maakt hierbij gebruik van een reeds gevalideerde beslisboom (de HEART-score).

De HEART-score staat voor History (anamnese), ECG, Age, Risk factors en Troponine. Voor elk onderdeel scoort een patiënt 0-2 punten. Ambulancepersoneel is getraind om de score op de juiste manier te bepalen. Patiënten met een HEART-score ≤ 3 punten hebben <1% kans op een ACS. Patiënten die willen meedoen aan de studie én informed consent tekenen, trekken een lootje (randomisatie). Die loting bepaalt of de patiënt naar het ziekenhuis wordt gebracht (de standaard procedure) óf op locatie door ambulancepersoneel wordt geprikt op de hartspecifieke marker troponine. In het laatste geval, zal bij een goede uitslag de patiënt worden verwezen naar de eigen huisarts of huisartsenpost in ANW-uren.

Wat betekent dit voor u als huisarts?

  1. Als u bij uw patiënt bent als de ambulance arriveert, kunt u de vraag van de ambulancemedewerkers verwachten of zij de patiënt mogen vragen aan de studie mee te doen. Als u al overleg heeft gehad met de cardioloog en afgesproken dat de patiënt naar het ziekenhuis moet, dan wordt die patiënt uiteraard niet om medewerking gevraagd maar gewoon naar het ziekenhuis gebracht. In alle overige gevallen zou het mooi zijn als u meewerkt aan de studie.
  2. Daarnaast kunt u verwezen patiënten krijgen met een laag risico op ACS die in de studie geloot zijn voor huisartsencontact. U beoordeelt en behandelt de klachten van de patiënt zoals u altijd gewend bent. Als u vindt dat de patiënt alsnog verwezen moet worden naar een cardioloog, dan kan dat natuurlijk altijd. Geeft u bij de verwijzing dan aan dat het om een ARTICA-patiënt gaat.

Aan het onderzoek zelf heeft u geen werk. Ambulancepersoneel en onderzoekers zorgen voor informed consent, registratie, inclusie, follow-up etc.

Doorkijkje naar de toekomst
Op langere termijn is het denkbaar dat deze vorm van diagnostiek (met de HEART-score en de hartspecifieke marker troponine) ook voor huisartsen beschikbaar komt. Dat zou een mooie stap zijn in de ontwikkeling waaraan we met alle ketenpartners in de regio werken om patiënten dichtbij huis te behandelen waar dat kan, in het ziekenhuis wanneer dat moet: kostenefficiënt, doelmatig en uiteraard veilig voor de patiënt.

Meer informatie en contact
De ARTICA-studie vindt plaats onder leiding van de afdeling Cardiologie van het Radboudumc en in samenwerking met de cardiologen van het CWZ en de ambulancedienst RAV Gelderland-Zuid.
Als u vragen heeft over de studie, kunt u hierover contact opnemen met hoofdonderzoeker Cyril Camaro, interventiecardioloog Radboudumc of arts-onderzoeker Joris Aarts  via: 024-3616785 of articastudie.cardio@radboudumc.nl.

Alle betrokken partijen danken de huisartsen alvast hartelijk bedankt voor hun begrip en medewerking.